Brabants Landschap

ErvenPlus - nr. 4 - november 2019 (14/11/2019)

Najaar 2019


Dank voor alle betrokkenheid!

Nadat we begin dit jaar alles op alles hebben gezet om bij honderden adressen de beplanting, nestkasten, overige soortgerichte maatregelen en uiteindelijk de zaadmengsels te leveren, konden we even rustig adem halen en de resultaten eens overzien. 

667 erfscans in plaats van de beoogde 350…. Waar ging het mis? Of beter gezegd, waar ging het zo goed? Voor het antwoord moeten we terug naar 2016. Het jaar waarin we van start gingen en bij gemeenten aanklopten voor financiële bijdragen. Die bijdragen kwamen er, mede dankzij het lobbywerk van lokale natuurverenigingen en LTO-afdelingen, maar ook vanwege het vertrouwen dat Brabants Landschap en Orbis van ambtenaren kregen. Waarvoor onze dank. Daarna kwam pas het échte enthousiasme los. 

Net als vele andere erfeigenaren wilde u graag dat er een erfscanner bij u kwam kijken. Er bleek massaal interesse te zijn voor meer biodiversiteit op het erf. Gevolg was dat er al snel wachtlijsten ontstonden. Reden voor ons om een vervolg te geven aan het project met ErvenPlus2.0. Een logische naam, niet alleen vanwege het vervolg maar ook vanwege de verbeteringen. In deze nieuwsbrief kijken we terug op de eerste periode, maar kijken we ook weer vooruit. Want er is nog een hoop werk aan de winkel in het buitengebied. Fijn dat u ons daarbij wilt helpen! 

 

 

Dank voor alle betrokkenheid!
 
ErvenPlus2.0 van start
 
Planning erfscans en levering maatregelen
 
Resultaten 2016-2018
 
De boerenzwaluw kan uw hulp goed gebruiken
 
Muizenruiters: functie en beheer
 
De kleurrijke grauwe vliegenvanger
 
Ecologisch beheer van struweelhaag
 




ErvenPlus2.0 van start

Toen het pilotproject ErvenPlus in 2018 werd afgesloten, waren de resultaten zeer bemoedigend. En zoals gezegd: er stonden nog veel erfeigenaren te popelen om ook mee te doen. Al snel was het vervolgproject ErvenPlus2.0 geboren.

Groen licht
In augustus 2019 gaf de Provincie groen licht, met de toezegging dat zij de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten zou verdubbelen. Het project loopt tot en met 2021. Brabants Landschap gaat hierin wederom samenwerken met Orbis, Vogelrevalidatiecentrum Zundert, gemeenten, vrijwilligers en lokale natuurverenigingen.
O
ok het nieuwe ErvenPlus2.0 draait om het creëren van 500 landschappelijk waardevolle erven, met de steenuil, boerenzwaluw en huismus als iconen. Vergroten van de biodiversiteit door middel van biotoopverbetering is daarbij cruciaal. Daarnaast is er aandacht voor bekendheid en bewustwording en wordt een monitoringsysteem opgezet, zodat gevolgd kan worden of alle inspanningen tot het beoogde resultaat leiden. 

Nieuw
Op basis van de inzichten en ervaringen uit het pilotproject zijn er in ErvenPlus2.0 verbeteringen doorgevoerd. Zo is de maatregelencatalogus (de ‘Erfwijzer’) vernieuwd, is er meer aandacht voor monitoring van vogels en andere doelsoorten en is er ruimte voor steekproeven. Ook voldoet het project nu aan de verplichtingen van de AVG.

Erfscans in 24 gemeenten
In totaal nemen 24 gemeenten deel aan ErvenPlus 2.0. Met name in West-Brabant hebben nieuwe gemeenten zich aangesloten bij het project.
Erfeigenaren kunnen zich via een online formulier aanmelden voor een speciale erfscan. Inmiddels staat de teller al op zo’n 270 erven. In de gemeenten Breda, Deurne, Drimmelen, Mill & Sint-Hubert, Oisterwijk en Oirschot is het maximumaantal al bereikt; hier kunnen voor deze periode geen nieuwe erven meer worden aangemeld voor de erfscan. In Someren, Eindhoven, Cuijk, Boxmeer en Bladel is het maximumaantal ook al in zicht.
Alles wijst er dus op dat ook ErvenPlus2.0 zijn ambitie zeker zal waarmaken! 

Planning erfscans en levering maatregelen

Vanaf 1 oktober is de aanmelding voor ErvenPlus2.0 geopend. Mensen die op de wachtlijst stonden van de vorige ErvenPlus periode hebben hierover als eerste een email gehad. Daarna hebben we oktober gebruikt om afspraken te maken met de ‘erfscanners’, een nieuwe erfwijzer te maken en een online invulformulier te ontwikkelen voor de erfscans. Het inplannen van de eerste erfscans is gestart vanaf 1 november. De eerste 10 erfscans zijn al uitgevoerd. Nog 490 te gaan! 

Qua levering van de materialen maken we onderscheid tussen drie categorieën. Ten eerste de soortgerichte maatregelen. Deze worden doorlopend aan huis afgeleverd bij deelnemers, waarbij het ErvenPlus-plan is goedgekeurd. Deze levering wordt gecoördineerd vanuit het Vogelrevalidatiecentrum in Zundert. Ze proberen deelnemers zoveel mogelijk te bundelen, zodat we efficiënt om kunnen gaan met de kilometers. We hopen de eerste maatregelen in het voorjaar van 2020 te kunnen leveren. Ten tweede het onderdeel beplanting. Dit wordt volledig gecoördineerd door Orbis. Omdat onze ervaring is dat het najaar verreweg de beste periode is om de beplanting in de grond te zetten, gaan we dit onderdeel voor het eerst vanaf november 2020 uitleveren. Planten krijgen dan nog wat tijd om te investeren in hun wortels, zodat ze in het vroege voorjaar kracht hebben voor de bovengrondse groei. De kans op uitval is dan het kleinst. U ontvangt hierover tijdig bericht zodat u wat voorbereidingen kunt treffen. Levering bij zware vorst proberen we te vermijden. Ook hier geldt dat adressen worden gebundeld om efficiënte routes te kunnen rijden. kunnen. De derde levering is het zaadmengsel voor de voedselveldjes. Dit gebeurt per post en zal kort voor de beste inzaaiperiode (voor 30 april) gebeuren. De eerste levering zal plaatsvinden in april 2020.

Ons streven is om alle erfscans afgerond te hebben eind 2020, zodat we 2021 nog kunnen gebruiken voor de laatste leveringen. Voor december 2021 moet ErvenPlus2.0 namelijk zijn afgerond.

Foto's: Marco Renes & Jan Avau

 

 

Resultaten 2016-2018

De voorloper van het huidige ErvenPlus2.0 - het project ErvenPlus - was zo succesvol dat er aan het eind van de looptijd in december 2018 direct besloten werd tot een vervolg.

Doelen behaald
ErvenPlus ging in 2016 van start met de volgende doelen:
1. zorgen voor 350 (cultuurhistorische) erven met meer biodiversiteit;
2. maatregelen uitvoeren die het biotoop van erfsoorten versterken;
3. bekendheid en betrokkenheid rond bescherming van de erfsoorten vergroten;
4. de projectmatige aanpak testen.
Al die doelen zijn ruimschoots gehaald! Het project was gebaseerd op een cofinancieringsregeling, waarin de gemeenten budget beschikbaar stelden dat door de Provincie werd verdubbeld. Doordat zich in de aanloop naar het project meer gemeenten aanmeldden dan aanvankelijk verwacht, is het aantal van 350 erven ruim overschreden. Daarnaast heeft ErvenPlus bijgedragen aan de bekendheid van, en betrokkenheid rond de bescherming van erfbewonende soorten. De projectmatige aanpak is uitgetest en dient inmiddels als voorbeeld voor andere gemeenten.

Aanmelden,  erfscan, plan... uitvoeren!
Al snel bleek dat het project op veel belangstelling kon rekenen; in 2017 ontstond al een wachtlijst omdat er onvoldoende budget was voor alle aanmeldingen. In totaal zijn er 1041 erven aangemeld voor ErvenPlus. Daar zaten ook veel aanmeldingen bij (131) van inwoners van niet-deelnemende gemeenten.
Medewerkers van Orbis en lokale veldcoördinatoren hebben alle deelnemende erven ‘gescand’. Daarbij werd ook meteen bekeken of de deelnemer in aanmerking kwam voor provinciale subsidieregelingen. Na de erfscan werd een ‘ErvenPlus-plan’ gemaakt, dat vervolgens werd voorgelegd aan de erfeigenaar. Nadat die het plan had goedgekeurd, werden nestvoorzieningen, plantgoed, zaadmengsels etc. geleverd.

De cijfers
·         25 deelnemende gemeenten,
·         op 667 (boeren)erven biodiversiteit verbeterd,
·         100.757 stuks bomen en struiken uitgeleverd,
·         4.663 nestkasten geplaatst,
·         72.000m2 aan blokken en stroken ingezaaid met graan-kruidenmengsel.

Monitoring
De resultaten van de maatregelen worden gemonitord door lokale weidevogelgroepen, uilenwerkgroepen en natuurverenigingen. Deze vrijwilligers hebben speciale instructies gekregen voor dit project. In totaal zijn daarvoor 6 bijeenkomsten gehouden, die bezocht zijn door 210 vrijwilligers. Bij het monitoren worden gedrag en broedgevallen van soorten geregistreerd met behulp van een online invoermodule in de Boerenlandvogelmonitor. 

De boerenzwaluw kan uw hulp goed gebruiken

De boerenzwaluw heeft het zwaar in Nederland . Sinds het laatste kwart van de twintigste eeuw neemt de stand van deze erfbewoner (210.000-280.000 broedparen) in rap tempo af. Mogelijke oorzaken zijn de modernisering van landbouwbedrijven en de intensivering van het grondgebruik. Denk aan pesticidengebruik en ontwatering, maar ook het ‘netter’ worden van het erf en intensiever gebruik van stallen, silo’s en landbouwvoertuigen. Ringonderzoek laat echter een licht herstel van de populatie zien. Dankzij de verbetering van het broedsucces en de vervijfvoudiging van het aantal geschikte nestplaatsen (mede door maatregelen als in ErvenPlus) lijkt de soort weer op te bloeien. Maar we zijn er nog niet!

Wie herkent hem niet? De boerenzwaluw, de acrobaat van het erf. Met zijn fraaie rode kin en kenmerkende gevorkte staart buitelt hij door de lucht om muggen en vliegen te vangen. Het liefst in waterrijke gebieden, waar hij laag scherend boven het water insecten uit de lucht hapt en modder vindt om een nest van te maken. Dat nest wordt gemaakt in open schuren en onder brede dakoverstekken, onder bruggen of op andere beschutte plaatsen. 

Vanaf eind maart/begin april keert de boerenzwaluw vanuit Afrika terug naar Nederland. Al ‘shoppend’ gaat het mannetje langs bestaande nestkommetjes van klei, leem en veren in schuren, op zoek naar een herbruikbaar exemplaar. Als hij een bestaand nestje kan opknappen, scheelt hem dat 1 tot 1,5 week en 1000 vluchten om het benodigde materiaal aan te voeren. De moeite waard dus! De boerenzwaluw broedt in los kolonieverband van mei tot augustus. Een nestje bestaat uit 3 tot 6 eieren, die het vrouwtje in 12 tot 16 dagen uitbroedt. De jongen worden door beide ouders gevoerd. Na ongeveer 21 dagen vliegen ze uit (als het goed weer is tenminste, bij slecht weer blijven ze lekker wat langer in het nest). De ouders blijven nog een tijdje voor hen zorgen, totdat ze zelf na 7 weken weer aan een nieuw nest beginnen. 

Een zwaluwenpaartje dat met succes jonkies wil grootbrengen, moet voldoende voedsel en nestmateriaal kunnen vinden, en natuurlijk een geschikte nestgelegenheid. Voor de zwaluwvrouwtjes  is het krijgen van nageslacht een hele toer: drie legsels van soms vijf eitjes - dat is 15 keer 1,9 gram oftewel anderhalf keer haar lichaamsgewicht. 

Na een vruchtbare zomer in ons land vertrekken de oude en jonge zwaluwen in augustus weer om de winter door te brengen in het warme zuiden. Het wordt  weer stil op het erf en de nestkommetjes blijven leeg achter tot het volgende voorjaar.

Muizenruiters: functie en beheer

Marco Renes, sinds 1994 veldmedewerker bij Brabants Landschap en ruim 25 jaar coördinator van de uilenwerkgroep in Best, vertelt over het belang van erven en het nut van muizenruiters: “Als je kijkt waar we de beste overleving hebben van jonge steenuilen, is dat op erven met veel landschapselementen, zoals houtwallen, heggen en hoogstamfruit. Dat komt natuurlijk omdat je bij veel overgangen - ik noem ze altijd randjes en kantjes - een hoge biodiversiteit krijgt en dus het voedselaanbod voor de steenuil verbetert.”

Boerenerven zoals die in de vorige eeuw in Brabant bestonden hebben zo hun eigen typische kenmerken. Voor al die erven gold: ‘het nut gaat voor de sier’. Marco weet daar alles van: “De knip- en scheerhagen waren bedoeld om het erf af te scheiden en in compartimenten op te delen. Hakhoutbosjes leverden hout voor de bakoven of ‘geriefhout’, zoals bezemstelen. Er stonden verschillende fruitbomen, zodat een lange periode fruit voorhanden was. Walnotenbomen en hazelaars stonden er voor de voedselrijke noten in de winter.” 

Verder waren er kleine weitjes voor de dieren. Deze weitjes werden ook gehooid, zodat er hooi gevoerd kon  worden aan de dieren wanneer er geen vers gras was. Het gemaaide gras of stro werd gedroogd op zelfgemaakte ‘ruiters’. Deze konden voor langere tijd buiten staan. Een gevulde ruiter is een ideaal plaatsje voor muizen en insecten. 

“Ik kwam bij ‘moderne’ erfeigenaren over de vloer die graag het complete plaatje wilden realiseren op hun erf. In Oirschot hebben we toen met de kennis van vroeger de ‘muizenruiter’ nieuw leven ingeblazen. De ruiters hebben nu eigenlijk meer functies dan vroeger: 1) het past bij het plaatje van een historisch erf, 2) mensen kunnen er hun gemaaide gras op kwijt en 3) het trekt muizen aan voor de uilen.”

Het onderhoud is eigenlijk simpel. Als je eenmaal de driepoot hebt staan met de schoren erin gestoken, heb je alleen nog wat takken nodig om een soort bodem te maken. Telkens als je dan lang gras gemaaid hebt - dat gaat dus het beste bij één keer per jaar maaien - breng je dit maaisel in laagjes op de bodem. Aan het eind van de winter zal het maaisel grotendeels vergaan zijn, dus dan is het wachten op de volgende maaibeurt. Om het voor muizen extra aantrekkelijk te maken kun je wat graan in en onder de ruiter gooien. De overwinterende uilen zullen je dankbaar zijn!”

 

De kleurrijke grauwe vliegenvanger

Je ziet hem nauwelijks, en als je hem al weet te spotten, heeft hij totaal geen opvallend verenkleed. Eerder een beetje grijsbruin. Een kleur die opgaat in de omgeving. Toch is de grauwe vliegenvanger een prachtig én speciaal vogeltje. We zullen uitleggen waarom.

Het speciale zit in z’n voorkomen. In grote delen van Nederland komt hij niet tot nauwelijks voor. Dat komt deels omdat hij gebonden is aan bosrijke gebieden, zoals de Veluwe, Utrechtse heuvelrug en de Achterhoek, maar ook omdat zijn nesthabitat is verslechterd (verlies aan o.a. hoogstamboomgaarden en houtwallen). Ook zijn voedselaanbod is achteruit gegaan doordat insecten enorm zijn afgenomen. Boerenerven zijn, mits goed ingericht, een kansrijke plek voor broedende grauwe vliegenvangers. Je mag als erfeigenaar echt trots zijn als je een paartje op je erf hebt, want hij kiest z’n broedplaats met een zeer kritische blik.

Prachtig is z’n jachtgedrag. Zoals z’n naam als zegt, vangt hij vliegen, maar ook bijen, wespen, vlinders, kleinere libellen, juffers en kevers of spinnen. Z’n spitse snavel is er precies op gebouwd. En de korte geslepen vleugels zijn de perfecte uitrusting om snel toe te slaan. Het is een lust voor het oog om te zien hoe een grauwe vliegenvanger vanaf een uitkijkpost naar een prooi vliegt en het slachtoffer vangt, om daarna weer snel terug te vliegen naar de uitkijkpost. 

De grauwe vliegenvanger broedt vanaf half mei tot soms half augustus, waarbij vaak één, soms twee nesten met 4-5 eieren worden bebroed. Ongeveer 13 dagen later komen alle eieren tegelijk uit, en 12-17 dagen later kunnen de jongen vliegen. Hierna worden de jongen nog 12-32 dagen gevoerd, waarna het ouderpaar aan het tweede nest begint. 

In het kader van ErvenPlus hebben we een halfopen nestkast ontworpen voor de grauwe vliegenvanger. Deze is ook geschikt voor andere broedvogels van holtes of nissen, zoals de witte kwikstaart, de bonte vliegenvanger of de gekraagde roodstaart.

 

Ecologisch beheer van struweelhaag

Eén van de maatregelen uit ErvenPlus is de aanplant van een struweelhaag. Dit is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrijuit mogen groeien. Zo ontstaat een weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. Een struweelhaag is van grote waarde voor insecten en vogels, als voedselbron, als schuilplaats maar ook om in te broeden. De haag mag niet vaker dan eens in de zes jaar worden gesnoeid of afgezet. Er zijn twee methodes die worden uitgelegd in deze aflevering van NatuurStreken: https://youtu.be/GddOlqLxPGM

Ten eerste het terugsnoeien tot een A-vorm. Dit gebeurt vaak machinaal waarbij na 6 jaar de heg aan één zijde schuin wordt teruggesnoeid tot gemiddeld zo’n 50 cm van de stam. Aan de bovenkant wordt de heg teruggesnoeid tot 1 meter hoogte. Het is wel goed om om de 10-20 meter een struik niet te snoeien. Dit geeft extra structuur en het zijn belangrijke zangposten voor vogels. Drie jaar later mag dan de andere kant teruggesnoeid worden. 

De tweede methode is het afzetten, wat ook wel hakhoutbeheer wordt genoemd. Dit betekent dat de struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. Dat kan ook met de hand gedaan worden. De struiken groeien uit zichzelf weer uit. Houd vervolgens het eerste jaar na afzetten de stobben vrij van onkruid. Als u er voor kiest om de haag af te zetten, dan kan dat tussen de 6 à 15 jaar plaatsvinden.

KLIK HIER OM U AAN TE MELDEN OF KLIK HIER OM U AF TE MELDEN VOOR DEZE NIEUWSBRIEF
U KUNT DEZE NIEUWSBRIEF OOK ONLINE LEZEN INDIEN DEZE NIET GOED WORDT WEERGEGEVEN

ErvenPlus wordt mede mogelijk gemaakt door Provincie Noord-Brabant, Streekfonds Het Groene Woud, de Nationale Postcodeloterij, het Coõrdinatiepunt Landschapsbeheer, Orbis en de diverse gemeentes.

Provincie Noord Brabant        Streekfonds Het Groene Woud        Nationale Postcodeloterij        Co√∂rdinatiepunt Landschapsbeheer        Orbis