Brabants Landschap

ErvenPlus - nr. 8 - november 2020 (16/11/2020)

Herfst 2020


Herfst!

Het is nog zacht, maar veel blad heeft de takken verlaten en de winter is in aantocht. De natuur gaat in rust. Zoogdieren en amfibieën zoeken hun schuilplaatsen op en de planten slaan hun energie ondergronds op in hun wortels. De beste tijd om nieuwe beplanting in de grond te zetten, dus daarom zijn we volop aan het uitleveren. Ook de bezorging van de soortgerichte maatregelen heeft een vlucht gekregen, dankzij het goede werk van het Vogelrevalidatiecentrum Zundert. De mussen zijn juist erg druk nu, en al volop bezig met paarvorming en het inspecteren van nestplaatsen. Dus, wacht niet te lang met het plaatsen van de hotels of de nestkasten voor andere erfvogels.   

In deze nieuwsbrief aandacht voor een tweetal elementen die niet mogen ontbreken op een ErvenPlus-erf: de muizenruiter en de musterdmijt. Handen uit de mouwen dus voor u. Verder zijn de nieuwe muurschildjes verspreid en vond de officiële aftrap plaats in Bergeijk. Ook leggen we u graag nog eens uit hoe het nou zit met die prachtige uilenkasten. Want, deze nestvoorzieningen zijn niet voor elk erf een vanzelfsprekendheid. Tenslotte nieuw licht op de nieuwe torenvalkkasten. Deze verdienen een kleine verbetering. 

Voor nu dank voor al jullie leuke reacties en berichtjes. Reden voor ons om alweer de voorbereidingen te trekken voor ErvenPlus3.0. Veel leesplezier met deze nieuwsbrief!

 

Herfst!
 
NatuurStreken en de muizenruiter
 
Nieuw groen voor nieuwe erven
 
Een schildje aan de muur
 
Aftrap ErvenPlus in Bergeijk
 
Maak een musterdmijt op je erf!
 
Uilenkasten via ErvenPlus
 
Vrijwilliger aan het woord: John Davies
 
Een bodempje in nieuwe torenvalkkasten
 




NatuurStreken en de muizenruiter

Bij veel erven is tijdens de erfscan ook een muizenruiter ingetekend. Muizenruiters zijn échte winterrestaurants voor uilen, vooral tijdens strenge winters. Ze worden als aanvulling op het biotoop van bestaande uilen- of torenvalkpaartjes geadviseerd. Het principe is simpel: plaats zes stokken, leg daarbinnen een flinke laag stro en voer elke week wat graan. Toch is het in de praktijk minder eenvoudig, omdat maar weinig mensen deze oude techniek om gras te drogen goed beheersen. Vanuit ErvenPlus worden daarom kant en klare bouwpakketten aangeleverd, maar dan moeten ze nog wel goed gevuld worden. 

In deze aflevering van NatuurStreken gaan Jochem en Joost op bezoek bij vrijwilligers in Someren. Zij weten hoe je de ruiter moet opzetten en welk doel hij tegenwoordig vooral heeft. Bekijk de aflevering hier:

https://youtu.be/CFGXFpqH7Ds.

 

Nieuw groen voor nieuwe erven

Een mooi Brabants erf hoort in het voorjaar groen te kleuren. Maar, misschien nog belangrijker, inheemse beplanting op erven is essentieel om een goed leefgebied te creëren voor erfbewonende soorten zoals steenuil, huismus, egel en vleermuis. Beplanting zorgt op diverse manieren voor voedsel, nestgelegenheid en beschutting. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon een fraaie manier om het erf 'aan te kleden'. 

Daarom wordt er vanuit ErvenPlus beplanting weggezet op deelnemende erven. Tijdens de erfscan wordt gekeken waar nieuw groen kan worden ingetekend. Net zoals in de vorige ronde vindt de beplanting gretig aftrek bij deelnemers. Via ErvenPlus worden fruitbomen en solitaire bomen afgeleverd, maar ook beplanting voor landschapselementen zoals struweelhagen en houtsingels.

Op 12 november is de eerste beplanting uitgeleverd in de gemeenten Breda en Drimmelen. Gemeenten waar (bijna) alle erfscans zijn gedaan, zullen volgen. Deelnemers krijgen hierover van tevoren een bericht, zodat er voldoende tijd is om de grond klaar te maken en eventuele hulptroepen in te schakelen. Vanuit het project wordt de beplanting wel geleverd, maar niet ingeplant. 

Misschien overbodig om te vermelden, maar zorg dat de wortels in de tijd tussen het afleveren en het inplanten niet uitdrogen! Dek ze bijvoorbeeld af met een zeil of zet ze tijdelijk in een kuil met grond over de wortels. Geef de nieuwe beplanting ook voldoende water in droge periodes. Zeker in de eerste maanden van het voorjaar waarin de droogte tegenwoordig problematisch kan zijn. Het is niet zo dat beplanting die niet aanslaat in het voorjaar vervangen wordt vanuit ErvenPlus, dus zorg er zelf voor dat dit helemaal niet nodig is. 

Veel informatie over het planten van landschapselementen is te vinden op de website van Brabants Landschap. Klik hier voor de directe link naar de informatiebladen over beplanting.

 

Een schildje aan de muur

In oktober zijn de eerste “muurschildjes” van ErvenPlus verspreid. Ruim 600 schildjes zijn vergezeld van een brief van Jan Baan (Directeur Brabants Landschap) op de post gegaan. De deelnemers van de eerste ronde ErvenPlus hebben voorrang gekregen, maar de ‘nieuwere’ volgen snel. 

Het muurschildje is niet alleen een bewijs van deelname aan het project, maar ook een boodschap naar de buitenwereld dat de erfeigenaren zich sterk maken voor de biodiversiteit. We hopen daarmee dat er meer bewustwording komt dat strakke, nette erven juist niet meer van deze tijd zijn.

Er werd volop gehoor gegeven aan onze oproep om foto’s te sturen van de geplaatste schildjes. Links enkele leuke voorbeelden.

 

Aftrap ErvenPlus in Bergeijk

Op een zonnige vrijdagochtend in november werd een bijzonder bezoek gepleegd aan één van de mooiste erven in Riethoven. Jochem Sloothaak van Brabants Landschap en wethouder Mathijs Kuijken van gemeente Bergeijk overhandigden de eerste voorzieningen van ErvenPlus aan één van de deelnemers. 

Wethouder Kuijken gaf - op gepaste afstand - de nieuwe nestkasten met veel voldoening aan meneer Morselt. “Het is mooi om te zien dat in onze gemeente dit soort projecten opgestart zijn. Ik weet nog dat het vroeger bij mijn ouders op de boerderij stikte van de vogels. Maar, nu kom ik dat bijna niet meer tegen. ErvenPlus wil dat weer verbeteren, dus daarom ondersteunen we het van harte!” Het streven van de familie Morselt is om zoveel mogelijk vogels en kleine zoogdieren een plekje te gunnen op hun erf. Dankzij ErvenPlus kregen zij gericht advies om deze droom te verwezenlijken. 

Jochem Sloothaak overhandigde het muurschildje en bezocht het erf: “De familie Morselt draagt de natuur een warm hart toe. Dat is in één oogopslag te zien op het erf, waar al diverse nestkasten hangen en waar vooral veel streekeigen, inheemse beplanting groeit. Over het terrein verspreid treft men houtopstanden, rommelhoekjes, hagen, fruitbomen, bloemenranden en zelfs een amfibieënpoel. Daarom is het een waar paradijs voor vogels en kleine zoogdieren zoals egels, eekhoorns en muizen. Geen wonder dan ook, dat er al een kerkuil op het terrein broed en de populatie huismussen er elk jaar groeit. Op dit erf is daarom vooral gekeken welke voorzieningen nèt die plus kunnen geven. Dat zijn mussenhotels, een wintervoedselveldje, een muizenruiter, vleermuiskasten en zwaluwkommetjes geworden.

 

 

Maak een musterdmijt op je erf!

In het najaar is het tijd om te snoeien. Dat levert vaak een flinke berg snoeihout op. De musterdmijt is een mooie oplossing voor deze berg snoeihout. Maar, wat is het? En hoe ga je te werk?

Vroeger werden houtsingels en knotbomen op het erf geplant om vervolgens het snoeihout te kunnen gebruiken. De dikkere takken werden gebruikt als gereedschapsstelen en de dunne takken gingen op de musterdmijt. Een musterdmijt is een vierkante stapel van takkenbossen (musterds) die werden gebruikt om de bakoven mee op te stoken. Het woord musterd is afgeleid van het oeroude woord 'mutsen' of 'moetsen' dat afsnijden, verminken betekent. Later (ca. 1450) vinden we het terug als het Vlaamse woord 'mutsaard' in de betekenis van takkenbos. Inmiddels is er natuurlijk wel wat veranderd. We halen ons brood bij de bakker en onze oven werkt op elektra. Maar, wel hebben we nog steeds snoeihout. Daar kunnen we dus gelukkig nog steeds een nuttige musterdmijt van maken. Want, het is namelijk een erg gewilde nest- en schuilplek voor allerlei dieren. 

Insecten zoals hommels, lieveheersbeestjes en spinnen brengen er de winter door. Het roodborstje en de winterkoning vinden het een fijne plek om te broeden. En lusten ook wel een spinnetje die ze daar tegenkomen. Maar, musterds zijn ook goed als schuilplek en winterslaapplaats voor kikkers, padden en salamanders. Zelfs kleine zoogdieren zoals de wezel en de egel vinden er een plekje om te schuilen. De musterdmijt vervult dus nog steeds een belangrijke functie! Niet meer voor de mens, maar als hotspot voor de natuur op je erf. 

Geef jouw erf een plus en bouw een musterdmijt als volgt: Leg eerst twee dikkere takken of stammen op de grond. Leg er daarna nog eens 2 bovenop, zodat de musterd boven de grond wordt opgebouwd. Plaats minimaal 4 hoekpalen om te voorkomen dat de takkenbossen eraf rollen. Is de constructie klaar? Begin dan met opstapelen van de musterds. Stapel ze om en om, in dwars- en lengterichting zodat er allerlei tocht- en vochtvrije holtes onstaan in de mijt. 

Veel succes! En stuur gerust een foto op van het resultaat. De deelnemer met de mooiste musterdmijt ontvangt van ons het boekje ‘Erfvogels in beeld’.

 

 

Uilenkasten via ErvenPlus

Met een kleurrijke erfwijzer in de hand komen de erfscanners op bezoek bij een deelnemer. Deze erfwijzer staat vol met alle mogelijke maatregelen die er met het project gerealiseerd kunnen worden. In een gesprek tussen erfscanner en deelnemer worden alle maatregelen uitgelegd, besproken en bekeken. Bij het doorlopen van de erfwijzer zijn het vaak de uilenkasten (steenuil en kerkuil) die eruit springen. Deze kasten (en hun bewoners) spreken zeer tot de verbeelding van de meeste erfeigenaren. De kasten zijn ingenieuze ontwerpen, die haast doen denken aan een vogelvilla - met bijbehorend prijskaartje. Vaak wordt door de deelnemer aangegeven dat ze het plaatsen van zo’n kast heel erg zien zitten. Tijdens de erfscan kijkt de erfscanner samen met u of er uilen op uw erf zitten, óf dat uw erf geschikt is voor uilen. Als dat het geval is wordt er op de erfscan aangegeven dat het gewenst is om hier een nestkast te plaatsen. Dit betekent echter nog niet dat zeker een nestkast zal komen. 

Voor de uilenbescherming in Brabant is namelijk een netwerk actief met bijna 500 vrijwilligers onderverdeeld bij 80 werkgroepen. Dit netwerk wordt gecoördineerd en ondersteund door het Coördinatiepunt Landschapsbeheer bij Brabants Landschap. De lokale uilenbeschermers hebben een goed beeld van de uilenpopulatie en weten precies waar al nestkasten hangen. Met die kennis kunnen de uilenbeschermers als geen ander beoordelen waar het zinvol is om uit te breiden met een nestkast. Deze kasten worden namelijk door de groepen zelf opgehangen en jaarlijks gecontroleerd en schoongemaakt.  

Deze uilenbeschermers hebben dus een goed inzicht in het werkelijke aantal lokale broedparen en beschikbare nestkasten. Zij zijn dan ook doorslaggevend in de keuze of er wel of geen nestkast geplaatst wordt op een erf. Zij houden daarbij rekening met territoriumgrootte en beschikbaarheid van nestkasten. Het kan immers zomaar zijn dat er bij de buren al en nestkast hangt of er andere beperkende factoren zijn waar de erfscanners het fijne niet van weten.

Daarom nemen vrijwilligers van de uilenwerkgroep eerst contact met deelnemers op, om een kijkje te nemen op het erf. Als alles uitwijst dat dit echt geschikt is voor een uilenkast, dan komen ze die met hun vrijwilligers plaatsen. De uilenkasten zijn één van de laatste materialen die geleverd worden vanuit het project, en per uilenwerkgroep kan het verschillen wanneer de vrijwilligers de erven bezoeken. Hierbij vragen we deelnemers altijd geduld en begrip te hebben voor planning van de vrijwilligers. Mocht jouw erf uiteindelijk geschikt blijken, nemen de vrijwilligers van de Uilenwerkgroep te zijner tijd contact met je op.

Bij vragen over uilenkasten kan je terecht bij erfvogelsbrabant@gmail.com 

 

Vrijwilliger aan het woord: John Davies

Vanuit je keukenraam het wel en wee kunnen volgen van de steenuilen op je erf die druk in de weer zijn met het voeden van hun jongen, wie wil dat nou niet? Of zelfs misschien een kerkuil in de schemering zien vliegen terwijl je net de deur uit stapt om de hond uit te gaan laten. Over de nestkasten voor deze soorten vertelt vrijwilliger John Davies (rechts op bovenste foto) van de Uilenwerkgroep Heeswijk-Dinther graag meer.

Hoe het begon 
De uilenwerkgroep is zo’n acht jaar geleden ontstaan door een samenwerking tussen Harrie van den Berg (middelste foto links) van de plaatselijke wildbeheereenheid en John als vrijwilliger van IVN. Door hun eigen netwerk hadden ze zo enkele tientallen nestkasten in de buurt hangen. Snel zijn ze op zoek gegaan naar uitbreiding van hun werkgroep. Nu controleren ze met vijf vrijwilligers, 81 (!) nestkasten. Daarvan komen elf nestkasten voort uit het ErvenPlus project.

Rommelig of opgeruimd? 
De kerkuil en steenuil voelen zich niet overal zomaar thuis. Het bepalen van de plek waar de nestkast komt te hangen is echt maatwerk. De eerste vraag die John zichzelf stelt als hij langsgaat op een erf is: Is het rommelig of opgeruimd? Rommelig is juist goed - fijn hè? -  want daar voelen de muizen zich veel meer thuis. En ja, daar zijn onze uilen weer gek op!
Niet alleen rommelig is belangrijk, maar groen is dat ook. Zo moet een erf dus niet helemaal kaal zijn. Een voorbeeld is een nieuw ErvenPlus-erf waarbij meerdere huizen op de locatie van een voormalige boerderij zijn gebouwd. Daar is het nu nog veel te kaal, de beplanting moet eerst groeien. Over een paar jaar is het misschien pas geschikt voor een uil. 

Maatwerk
Samen met de bewoners loopt John een rondje over het erf. Hij let er dan ook op of er bij de buren niet toevallig al een uilenkast hangt. Want de uilen zitten niet graag zo dicht bij elkaar. Verder kijkt John of hij vlakbij paarden of koeien ziet lopen. Steenuilen lusten namelijk wel een paar mestkevers! 
Dat het niet altijd makkelijk is om meteen een goede plek te vinden bewijst een van ‘hun’ kasten. Deze kast hebben ze vier keer een klein stukje op het erf verplaatst omdat deze leeg bleef. Telkens een beetje lager en zonniger. Bij de vierde keer was het raak, dit jaar heeft er een paartje steenuil gebroed!

Enthousiasme in de buurt
De verbinding tussen de erfbewoners kunnen leggen vindt John belangrijk. Daarmee kun je namelijk een soort buurtontwikkeling op gang helpen. Hij hoopt dat de uilen zorgen voor meer onderlinge contacten tussen buren.  Het is sowieso fijn om te merken dat alle ErvenPlus deelnemers erg ‘nature minded’ zijn. Vaak zie je veel mooie maatregelen op de erven verschijnen waar onder andere de uilen van profiteren. Denk bijvoorbeeld aan de veldjes met wilde bloemen en kruiden of de houtwallen die aan het voedselaanbod voor uilen bijdragen. Uiteindelijk hoopt John dat een aantal ErvenPlus-deelnemers zo enthousiast wordt van de steen- of kerkuil dat ze zich ook aansluiten bij de uilenwerkgroep. Dit kan een domino-effect teweeg brengen waarbij het enthousiasme doorgegeven wordt aan nieuwe erfbewoners!

 

 

Een bodempje in nieuwe torenvalkkasten

 

Op 13 november 2020 stond er een artikel op de website van Omroep Brabant over jonge torenvalken in Heeze-Leende. De strekking van het artikel was dat enkele tientallen torenvalkkasten in de gemeente een te gladde bodem hadden voor de jongen om gezond groot te worden. Een gladde bodem in de kast kan leiden tot problemen bij de ontwikkeling van de poten van de jongen. 

Peter Kerkhofs en Adrie Staals van de werkgroep Kerk- en Steenuilen in de gemeente waren druk in de weer om een oplossing te realiseren voor alle kasten. Een stug matje met extra grip op de bodem moet het volgend seizoen makkelijker maken voor de jongen om zich goed te bewegen in de kast. 

Een goede bodem - iets wat ze op een natuurlijke nestplaats ook hebben - is belangrijk, maar echter geen garantie op gezonde jongen. Het fenomeen “spreidpoten” - waarbij de poten van het jong extreem zijwaarts naast het lichaam staan in plaats van onder het lijf - komt namelijk vaker voor bij torenvalken. De oorzaak kan ook erfelijk zijn, of een gebrek aan de juiste voedingsstoffen in een cruciaal stadium.

ErvenPlus deelnemers die een torenvalkkast ontvangen, krijgen het advies om de bodem van de kast te bedekken, veelal met een laagje turf (of bosgrond) van twee centimeter. Dit materiaal valt of waait niet gemakkelijk uit de kast en blijft goed op de bodem liggen. Natuurlijk is een anti-slipmatje ook een optie. En als de vogels de kast hebben betrokken ontstaat vanzelf een bodemlaag (lees: een koek van mest, veren en braakballen). We raden wel aan om de kast jaarlijks schoon te maken in het najaar en organisch bodemmateriaal te vervangen.

 

 

KLIK HIER OM U AAN TE MELDEN OF KLIK HIER OM U AF TE MELDEN VOOR DEZE NIEUWSBRIEF
U KUNT DEZE NIEUWSBRIEF OOK ONLINE LEZEN INDIEN DEZE NIET GOED WORDT WEERGEGEVEN

ErvenPlus wordt mede mogelijk gemaakt door Provincie Noord-Brabant, Streekfonds Het Groene Woud, de Nationale Postcodeloterij, het Coõrdinatiepunt Landschapsbeheer, Orbis en de diverse gemeentes.

Provincie Noord Brabant        Streekfonds Het Groene Woud        Nationale Postcodeloterij        Co√∂rdinatiepunt Landschapsbeheer        Orbis